Deze tekst is ontleend aan historisch en notarieel onderzoek naar de eigendomssituatie, verricht door notariskantoor Nauta Dutilh in 2007 en notariskantoor Meijer in 2017. Een en ander is een redactionele aanpassing van teksten die als ‘considerans’ zijn opgenomen in de Akte Mandelig Eigendom vervaardigd door notariskantoor Meijer.

Het Schapenburgerpad en zijn historie. Het Schapenburgerpad is een eeuwenoud zandpad dat gelegen is tussen de Vossiusstraat en de Pieter Corneliszoon Hooftstraat te Amsterdam, parallel aan deze beide straten. Het is het laatst overgebleven polderpad in Amsterdam dat is bewaard gebleven door de unieke eigendomssituatie. De grond waarop nu het pad en de erven langs de Vossiusstraat liggen is door de heer Hermanus Hanlo verkregen op tien september 1734.

1752 Hanlo Akte

Na zijn overlijden werd bij een akte van scheiding de dato vijftien januari 1752 zijn bezit verdeeld tussen zijn twee dochters. Vervolgens is in een notariële akte op negentien november 1782 een beheersregeling vastgelegd voor dit oud zakelijk recht van aangeërfdheid. Deze akte is opgesteld door N. van Veen, destijds notaris te Amsterdam.

Het pad is sindsdien in gezamenlijk eigendom geweest bij de eigenaren van de erven die grenzen aan de westzijde van het pad. Dit komt overeen met de eigenaren van de gebouwen aan de Vossiusstraat 5 tot 45, Hobbemastraat 6 en 8 en Schapenburgerpad 14, 15 en 20. Het pad is via een poort toegankelijk vanuit de Hobbemastraat.

Het polderriool. In de grond onder het pad loopt een waterleiding en een polderriool, waarop vier panden aan het pad (Schapenburgerpad 14, 15, 20 en 27) zijn aangesloten, evenals de hemelwaterafvoer van een aantal panden aan de PC Hooftstraat. Het polderriool is halverwege de 19e eeuw aangelegd op de plek waar tot dan toe een sloot heeft gelopen, vanaf in ieder geval halverwege de 18e eeuw, zo blijkt uit oude kaarten. Het polderriool is indertijd gemetseld en heeft een diameter van bijna een meter. Vanaf de jaren ‘70 in de vorige eeuw is het riool in slechte staat. Het is formeel in eigendom bij de gemeente Amsterdam, die het beheer heeft opgedragen aan Waternet.

Het eigendom en de gemeente. Thans – medio 2019 – staat het perceel waarop het pad is gelegen (te weten kadastraal bekend gemeente Amsterdam sectie R nummer 400) op naam van de gemeente Amsterdam. Uit notarieel onderzoek blijkt dat het eigendomsrecht volgens het kadastrale uittreksel is ontleend aan de inschrijving ten kantore van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers te Amsterdam. Daarin gaat het om een afschrift van een akte houdende afstand de dato tweeëntwintig oktober 1908 in register 4 deel 1901 nummer 19. In gemelde akte is echter de gemeente Amsterdam niet als partij betrokken. De eigendom kan derhalve niet aan deze akte worden ontleend, aldus notariskantoor Nauta Dutilh en notariskantoor Meijer op grond van hun onderzoek in de periode 2006-2010 respectievelijk 2017.

Het eigendom en de aangeërfden. Aangezien de rechten van de aangeërfden zijn gevestigd vóór de inwerkingtreding van het oude Burgerlijk Wetboek van 1838 kan worden gesproken van oude zakelijke rechten. Voor zover oude zakelijke rechten geen regeling vonden in dat Burgerlijk Wetboek bleven de rechten bestaan op grond van een bepaling in de overgangswet van het jaar achttienhonderd negenentwintig. In de Overgangswet van het nieuwe (huidige) Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: ‘Overgangswet 1992’) van het jaar 1992 is de eerbiedigende werking van oude rechten geregeld in artikel 69 waarbij in artikel 150 is bepaald dat dergelijke oude zakelijke rechten registergoederen zijn geworden.

Het mandelig eigendom. In de Overgangswet 1992 is een bijzondere regeling opgenomen voor een zakelijk recht dat voorheen nog niet in de wet werd geregeld maar wel in titel 5.5 (artikel 5:60 en verder van het Burgerlijk Wetboek): de mandeligheid. Artikel 162 Overgangswet 1992 bepaalt: Bij het in werking treden van de wet bestaat mandeligheid, indien alsdan reeds is voldaan aan de vereisten die artikel 60 van Boek 5 aan het ontstaan hiervan stelt. Met deze bepaling is beoogd om wat voorheen bekend stond als de buurweg en andere aangrenzendheden te brengen onder de rechtsfiguur van de mandeligheid.
In artikel 5:60 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat mandeligheid ontstaat wanneer een onroerende zaak, welke gemeenschappelijk eigendom is van eigenaren van twee of meer erven, de door hen tot gemeenschappelijk nut van die erven wordt bestemd bij een tussen hen opgemaakte notariële akte, gevolgd door inschrijving daarvan in de openbare registers.

Het Schapenburgerpad anno 2019 is in mandelig eigendom bij de aangeërfden. Aangezien in de akte van negentien november 1782 een dergelijke beheersregeling omtrent het nut van het Schapenburgerpad is vastgelegd is voldaan aan de vereisten van artikel 5:60 van Het Burgerlijk Wetboek. Krachtens overgangsrecht van artikel 162 Overgangswet 1992 is een mandeligheid naar huidig recht ontstaan. De onjuiste tenaamstelling in de voormelde Openbare Registers doet hieraan niet af. De juridische werkelijkheid is dat de aangeërfden van het Schapenburgerpad mede-eigendomsrechten in de vorm van mandeligheid hebben. De gevolgen hiervan worden bij de akte ‘Mandelig Eigendom Schapenburgerpad’ van 10 juli 2019 (predefinitief concept) nader uitgewerkt en tussen partijen vastgelegd.

Bestuur en beheer van 1782 tot heden. Het reglement zoals vastgesteld in 1782 schrijft voor dat het beheer over het pad wordt gevoerd door ‘de drie Commissarissen van het Schapenburgerpad’. De Commissarissen worden sindsdien door coöptatie aangewezen. De huidige Commissarissen zijn: de heer Sebastiaan Capel, voorzitter van het Dagelijks Bestuur Zuid (namens de wethouder Grondbedrijf van de gemeente Amsterdam) en tevens commissaris-voorzitter, de heer Jellemer Jolles, secretaris, voornoemd en de heer Huib de Kanter, penningmeester, voornoemd.

Vanaf 2019: de Stichting Beheer van het Schapenburgerpad. In de afgelopen tientallen jaren hebben zich verscheidene problemen voorgedaan ten aanzien van de beheers- en beschikkingsbevoegdheid ten aanzien van het Schapenburgerpad. Om die reden is het wenselijk de juridische situatie en de eigendomssituatie zoals deze uit het kadaster blijkt met elkaar in overeenstemming te brengen en een duidelijke beheerstructuur te realiseren waarbij de belangen van alle eigenaren voor de toekomst kunnen worden gewaarborgd. Daartoe wordt opgericht, een ‘Stichting Beheer van het Schapenburgerpad’. Dit is mede gebaseerd op de aanwijzingen omtrent het beheer en over de daaraan te stellen eisen en verwachtingen die al in het reglement uit 1782 zijn gegeven. De statuten zoals geformuleerd in de Stichtingsakte voorzien in een stichtingsbestuur van drie tot vijf personen. Het Stichtingsbestuur beheert het pad namens de ‘deelgenoten’, ofwel de gezamenlijke eigenaren en zij die een erfdienstbaarheid hebben voor het gebruik van het pad.

Bronnen
1. Vaststellingsovereenkomst en akte houdende regeling Mandeligheid van het Schapenburgerpad te Amsterdam, ter vastlegging van de bestaande mandelige eigendom van het Schapenburgerpad en aanpassing van de tenaamstelling in het Kadaster. Akte (concept 10 juli 2019) opgesteld door Mr. M. J. Meijer c.s, notarissen, Keizersgracht 695-699, Amsterdam.
2. Akte van oprichting, Stichting Beheer van het Schapenburgerpad te Amsterdam. Akte (concept 10 juli 2019) opgesteld door Mr. M. J. Meijer c.s, notarissen, Keizersgracht 695-699, Amsterdam.
3. De juridische status van het Schapenburgerpad. Memorandum, opgesteld door mr. Kees Boodt, notaris, mr. Teun Struycken, advocaat, en Monique Linck, notaris/advocatenkantoor Nauta Dutilh d.d. 9 november 2007. Bekijk het memorandum hier.

Links
1. Link naar lijst met registergoederen met a) de eigenaren en b) degenen die een erfdienstbaarheid bezitten. Bekijk de lijst hier.
2. Plattegrond grondbedrijf gemeente met oorspronkelijke situatie. Bekijk de plattegrond hier.
3. Plattegrond situatie ter plaatse. Bekijk de plattegrond hier.